En ook jacks vallen voor clousers, bij bosjes…
Mocht je een keer in de gelegenheid zijn om een tropentrip te maken (en ik kan het je zeer aanraden, want wat ons betreft bestaat er geen mooiere manier van vliegvissen) neem dan aub een lading clousers mee. Want ze zijn zo ongelooflijk succesvol en je kunt er op vele verschillende manieren mee vissen. Van snel binnenstrippen als je jagende vis ziet, toto langs de rotsen en op tailende bonefish. Het is gewoonweg de beste vlieg voor de tropen, punt uit, fineto basta. In statische vorm kan de vlieg een garnaal imiteren en indien je de vlieg snel binnenvist, dan imiteert ze een prooivis. Overla waar we nu geweest zijn doet ze het. Op zeebaars is de clouser minnow een topper, op bonefish ook (de kleinere varianten) en wat dacht je van snoekbaars, baars, roofblei en zoals je ziet jacks, oftewel een musthave voor iedere vliegvisser!

Je hebt muddlers in alle maten en kleuren, gemaakt met een herteharenkop, oorspronkelijk als imitatie van een donderpad, maar tegenwoordig voor vele verschillende visserijen gebruikt. Ik houd van muddlers, voornamelijk vanwege de vorm, waarmee ze veel water verplaatsen en daardoor trillingen veroorzaken.

Vele jaren terug ben ik vanuit het basispatroon een nieuw patroon gaan ontwikkelen. De nieuwe muddler moest wit zijn, omdat ik er roofvis mee wil belagen en wit toch een van mijn favoriete kleuren voor deze visserij is. Ook moest de muddler iets groter zijn dan diegene die ik tot dan toe gezien had. Uiteindelijk is MrMuddler het resultaat geworden en ik kan je zeggen, tot op de dag van vandaag beleef ik er veel plezier aan, van het vliegvissen op baars (net geen popperen, want na verloop van tijd zinkt ze iets, maar dat gaat zeker niet ten koste van de vangsten!!) , roofblei (echt een toppertje) tot en met op de tropen waar ik ook tarpon en verschillende jacks met deze streamer heb gevangen. Gewoon een van mijn favoriete vliegen.

Vandaag op pad met Gerhard en Arno, twee van onze vaste vismaten. Vliegvissen op karper moet het worden, aangezien het zonnetje heerlijk schijnt. Het is even zoeken maar na een tijdje weten we een groep te spotten en het vliegvissen kan beginnen. We vissen zowel met de drijvende (en dus ingevette) carpbol, als met de langzaam zinkende variant. Een intensieve maar moeilijke visserij met veel spannende momenten. Dan weer hoor ik Gerhard lichtelijk vloeken en dan zie ik Arno spastische bewegingen maken. Overigens kan ik er zelf ook wel wat van, want het lijkt erop dat de karper gewoon geen interesse heeft in wat dan ook wat voor zijn neus wordt gehouden. Langzaam cruisen ze onder onze bollen door, soms is er een die de carpbol zelfs durft te kussen, o zo spannend, maar wat kan dit frustrerend zijn en dan, dan is het toch raak. Arno staat daar met een zwaar krommende vliegnlat te dansen als een gek, geweldig gezicht en wat een vis!! Wat kan het leven toch mooi zijn, eeeuh, proest, ahum, nou ja genoten hebben we!!

The carpbol strikes again! Deze keer was het de gele variant, oftewel de “carpbol yellow” die zijn werk deed. De vis tailde vlak voor mijn neus en was druk bezig de grond aan het omwoelen. Overigens gebeurde dit op ondiep water, zodat ik exact kon volgen wat de vis deed en af en toe ging het zelfs zover dat zijn staart met een flinke zwiep voor beroering zorgde in de oppervlakte. Het worpje ging goed en langzaam zag ik de carpbol afzinken tot vlak voor zijn neus. Even wachten…de beetverklikker bewoog iets en hop schiet weg, hangen. Een krachtig gevecht volgt en na pakweg 5 minuten komt de sterke vis dichterbij. Even later na enkele fotootjes zet ik de karper weer terug en met een flinke boeggolf schiet de vis weg. Het blijft een van mijn favoriete visserijen in ons kikkerlandje, karper op de vlieg, probeer het ook eens!

Onlangs waren we naast een weekje aan de Franse kust ook te vinden in het prachtige Ardeche gebergte. Een heel ander deel van Frankrijk met idylische riviertjes en diepe bergkloven, waarbij men zich even waant in prehistorische tijden. Alhoewel de rivieren overdag druk bevolkt worden door fransen die het stromende water gebruiken om afkoeling te zoeken, zijn er gelukkig nog genoeg plekken te vinden waar je rustig met de vliegenlat kunt staan. En ja hoor zoals gewoonlijk deed de beroemde pheasant tail weer zijn werk. Nou ja niet de originele versie, we binden de vlieg met een goudkop zodat ze iets sneller zinkt en daardoor nog gevarieerder ingezet kan worden. Stoomopwaarts met een dead drift en stroomafwaarts langzaam met tikjes terugvissend (nimf), of zigzaggend laten bewegen op volle lengte van de vliegenlijn waarbij je middels het bewegen van de vliegenhengel van links naar rechts zowel de kantjes als het midden van de rivier afvist (bijv. imiteren van speldaas). Vele kopvoorns waren het gevolg en de pheasant tail deed haar werk weer opperbest!

Halleluja wat zijn we een tijd bezig geweest. Complete vliegendozen omgewoeld. Van alles geprobeerd, gek werden we ervan.

Wat was het geval. Tijdens onze vakantie in de Ardeche hadden we een pool in een van de vele rivieren ontdekt, waar een school gigantische kopvoorns rondzwom. De kleinste was dik in de 40 en de grootste, dat was echt een bakbeest, we schatten hem tegen de 70. Karpertjes zwommen langs ons heen, barbelen en wat al niet meer, het kon ons niets meer interesseren. We moesten een van deze kopvoorns vangen en de dozen gingen open, want makkelijk was het niet. Zewaren blijkbaar zo gedresseerd als wat, want er werd meer in deze poel gevist. Verschillende droge vliegen, streamers en nimfen hebben we ervoor gegooid, maar ne hoor niks pakten ze, totdat… Totdat ik een een klein hoekje van in van mijn dozen het rijtje black bugs zag, verrek die was ik vergeten, stom van me. En je raadt het al, niet veel later stond de 3 vliegenlat zo krom als een hoepel en heeft de back bug weer een middag gered. Zo simpel, maar o zo effectief!

Van de zomer waren we aan de Franse Atlantische kust op het eilandje Ile de re. Uiteraard waren de vliegenlatten mee en na enig zoekwerk bleek er de nodige zeebaars te vangen te zijn. Vele vliegen hebben we geprobeerd, maar wederom blonk er een uit, sssssstttt niet verder vertellen, ach waarschijnlijk weet je het wel, de clouser minnow, alweer, zeebaars lusten ze rauw!!

Vandaag was het wit…oftewel de witte carpbol, geweldige visserij, jagen op boeggolven, bellen en bewegende rietstengels, kortom karpertijd. Met de vliegenlat uiteraard, in combinatie met een beetverklikkertje, alhoewel we deze dit keer niet nodig hebben gehad. Perfect werpend voor het neusje, langzaam zinkend en rats weer een aanbeet, 3 maal deze middag was het raak, waarvan bovenstaande foto een voorbeeld is. Machtig en sterk zijn ze, genieten op en top, vliegvissen zoals vliegvissen hoort te zijn, kromme latten, alles op zicht en even later een mooie vis in de handen, de witte carpbol strikes again!

Tijd voor actie! Tijd om te gaan gurgleren in een kolk vlakbij. Deze kolk zit barstensvol baars en laat dat nu net de vissoort zijn waar we het vanavond op gemunt hebben. Plopplopplop daar plopt de gurgler hevig door de oppervlakte, boegolfjes ontstaan erachter, de groep is gevonden, het feest kan beginnen wowieeeee!! De een na de andere baars wordt gevangen, vele kleintjes soms wat groteren, maar wat is het leuk. Je ziet alles, soms zijn de boeggolven groter, vaak zijn dit de wat groeter baarzen en we weten dat er echt grote jongens op deze kolk huizen. Vorig jaar hadden we er eentje van 45 cm op de gurgler, een mooi gevecht volgde. Vanavond zal de grootste tegen de 35 cm aanzitten, niet erg, harstikke leuk en met pakweg 30 baarzen in 2 uurtjes vissen mag ik niet klagen. Ook zin in actie? Bind er een gurgler aan en ga aan de slag, leuk man!!

Man, man, man, wat doet deze vlieg me toch telkens verbazen. of we nu aan een rivier in de eiffel staan, in de polder, een stadswater, of zelfs op een verloren moment aan de fuunse kust, we hebben er mee gevangen en hoe! De herteharen sedge (hare’s ear sedge) is een topper net als de nimf variant. Ruisvoorns zijn er gek op, net als forel en ja zelfs baars lust ze rauw als je ze al strippend binnevist. Tuurlijk is het een klassieke droge vlieg en zo vissen we hem ook, maar vergeet niet de mogelijkheden als je hem binnenstript aan het einde van een drift. De vlieg zit dan ook ALTIJD in onze doos!

Vanavond op pad geweest in de stadslootjes vlakbij ons huis. Vanwege het mooie weer lieten de nodige ruizers zich zien en na enkele worpen was het raak op de black bug, een echte favoriet voor de grotere ruisvoorns. De avond is vervolgens plezierig verlopen met een leuk aantal mooie ruisvoorns die je eigenlijk alleen nog maar vind in de heldere stadswateren. En ik mag me gelukkig prijzen dat ik bij zo’n slootje woon en waar het af en toe zelfs rustig en daarmee lekker vertoeven is.

De black bug is een droge vlieg met een hoog drijfgehalte en zo mag ik ze graag gebruiken. De vlieg doet het op verschillende wateren in binnen en buitenland en kan bijv. ook goed ingezet worden op het Oostvoornse meer.

Soms doen ze het echt gewelig, soms ook niet. Vandaag was zo’n dag. Het was zondag, minder scheepvaart en daardoor was de ijssel helder en kon je zo pakweg 1 meter ver kijken. Dit zijn de dagen dat we terug grijpen naar de traditionele nimfen zoals pheasant tails en hare’s ear goudkoppen. Gewoon vanwege het feit dat het water helder is en je dus niet met bijv. fluornimfen hoeft te vissen. Natuurlijk mag het wel en je zult er zeker mee vangen, maar onze ervaring leert ons dat we met de natuurlijk gekleurde nimfen meer succes boeken.

De laatste jaren vangen we überhaupt meer met deze natuurlijk gekleurde nimfen al dan niet gecombineerd met een attractief fluor staartje. Nu is het zo dat we een echte ijsselpaaitijd niet meer kennen zoals die vele jaren terug er wel was, 150 baksteenvoorns op een middag (met de vliegenlat, ik lul niet!!) waren geen uitzondering, echter die tijd is geweest. Toch kunnen we eind april, begin mei nog leuke dagen aan de ijssel beleven. En vanavond was zo’n avond, weinig voorns te bekennen, maar brasems des te meer. En dat ze in deze tijd sterk zijn aan de vliegenlat, ach beleef het zelf maar! Mooi werk hoor!

Alleen de naam al, krachtig, het heeft iets oers in zich. Iets wat vroeger, klaarblijkelijk, al door de naamgever werd gezien.

Rustig foerageert hij tussen stenen, manoeuvreert door stroomversnellingen, flankend in diepe poelen, of soms op traagstromende ondiepe stukken van de rivier. De vis roept herinneringen op, zeker als hij zich laat zien op deze ondiepe stukken. Met veel plezier denk ik dan terug aan die dagen op de flats, kilometers wadend in kniediep warm water op zoek naar die prachtige zilveren schoonheid met dat krachtige lichaam. Albula Vulpes klinkt toch vrouwelijk, of ben ik de enige met deze gedachtegang? Enfin, ik ben verliefd geworden op die zilveren schoonheid met haar goddelijke lichaam. Mijn omgeving verklaart me voor gek, ach en misschien hebben ze wel gelijk ook.

Maar als je nu het zilver eens in goud verandert, dat bekkie met vier baarden aanschouwt en het zoute voor het zoete verruilt, dan ben je een heel eind op weg. De mannelijke zoete gouden versie voor de laaglanden?

Het is tropisch warm in de eifel. Het zweet gutst me van het voorhoofd, als ik het landweggetje afdaal richting het verlaten weiland in een diep dal ergens aan de kyll. In de verte hoor ik de stroomversnelling, die zich bij de doorwaadbare plaats bevindt. Hier gaat het bos over in een groene vlakte. Aan de ene kant van de oever bevindt zich een steile helling bedekt met bomen en rotsen en aan mijn kant het weiland gelegen tussen de bossen. Een prachtig gezicht, waar de tijd even stil lijkt te staan. Twee buizerds cirkelen rondjes over de toppen van de flinke hoge steile wand. Struinend loop ik nu langs de kant op zoek naar azende vis. Links springt een alvertje en even verderop zitten enkele kopvoorns te rommelen aan de oever. Onder de overhangende takken aan de overkant aast een vis wat een forel lijkt zijn. Een flinke kolk een paar meter verderop krijgt mijn aandacht. Dit is geen normale kolk, het lijkt meer een staart of iets dergelijks. Het water is hier nog geen 30 centimeter diep en kraakhelder. Het stroomt erg traag. En dan zie ik de silhouet. Barbeel, kan niet missen! Hij is druk aan het wroeten in de bodem op zoek naar kreeftachtigen en insectenlarven.

Ik knoop een hazeoor goudkop, haakje 14 aan het eind van mijn leader en werp drie meter voor de drukbezige meneer in. De stroming doet de rest en neemt de imitatie rustig over de bodem mee, hoppelend van steen naar steen. Alles kan gevolgd worden en het moment gaat naderen. Nog een meter, een halve meter, de spanning stijgt. Ongeduldig kijk ik of hij de goudkop pakt. Maar nee hoor, de imitatie hopt gewoon verder, 10 centimeter langs zijn neus en hij aast gewoon door alsof er niets aan de hand is. Nou ja zeg! Een tweede en een derde worp krijgen hetzelfde vervolg. Dan maar eens een vlokreeft imitatie proberen, groen van kleur. Weer werp ik in, ondertussen wat meters opgeschoven met de vis mee. Een meter, een halve meter, vol goede moed volg ik het groene gevalletje. De barbeel maakt een kleine beweging naar links, even is er een rukje aan de leader, een tikje en ze hangt. Staat vervolgens even stil, het lijkt erop alsof ze niet weet wat er gebeurt, nadenkt wat ze nu gaat doen, en dan, weg is ze. In een streep naar de overkant, daar waar de stroming harder is en een diepe geul heeft gemaakt. Wat een kracht heeft dat beest zeg, ik zie warempel de backing! Hevig vechtend is hij nu in de stroming bezig mijn vijf flink aan het kromtrekken. Hij schiet richting een in het water liggende tak, de slimme krachtpatser. Het is nu buigen of barsten. Ik loop langs de oever om nog enigszins controle te krijgen. Eindelijk krijg ik beweging en weet hem van de tak weg te houden. Heel langzaam komt de vis nu mijn kant op. Drillend op de reel, meter na meter terug pakkend. Het goud blinkt in de felle zon als ik hem in mijn handen aanschouw. Een dikke vijftiger, flinke baarddraden en in een puike conditie. Kortom een mooie vis, met ongekende kracht, de Barbus Barbus.